Wie relatief veel verzadigde vetten binnenkrijgt, heeft een lagere kans op vroegtijdig overlijden. Dit is een van de opvallende bevindingen uit een grootschalig voedingsonderzoek dat in The Lancet verscheen. Richtlijnen herzien dus? Nee, zegt Jaap Seidell: ‘Als het gaat om methodologie, zijn er niet heel veel zwakkere studies dan deze.’ Daarnaast druisen de resultaten minder in tegen wat we al weten, dan op het eerste gezicht het geval lijkt.

‘Het is koren op de molen van mensen die vinden dat onze huidige voedingsrichtlijnen niet kloppen, zoals de low-carb-beweging’, antwoordt Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid (VU Amsterdam) op de vraag waarom de zogenaamde PURE-studie zoveel aandacht heeft gekregen. Kort gezegd was de boodschap die naar buiten kwam: veel koolhydraten eten is ongezond, en vet juist gezond. Maar daar valt veel op af te dingen zegt Seidell.

De PURE-studie (Prospective Urban Rural Epidemiology) was een grootschalig onderzoek dat onder leiding van Salim Yusuf is uitgevoerd. Het beoogde de relatie tussen bepaalde voedingsaspecten en cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit na te gaan. Dat deden ze in achttien landen op vijf continenten. De onderzoekers includeerden meer dan 135.000 volwassenen van tussen de 35 en 70 jaar oud vanaf 2003, en keken na een jaar of zeven wie er nog leefden en hoe het met hun (cardiovasculaire) gezondheid stond. De deelnemers vulden bij aanvang een vragenlijst in over wat zij aten.

In drie artikelen die in The Lancet verschenen, staan delen van de uitkomsten beschreven. De meest opvallende daarvan is van Mahshid Dehghan e.a. Zij keken naar macronutriënten (vetten, koolhydraten en eiwitten), en vonden dat een hoge koolhydraatintake samenhing met een hogere kans op voortijdig overlijden. Hoge vetintake, zowel van totale vetten als uitgesplitst naar verzadigd of onverzadigd, hing juist samen met lagere mortaliteit. Hierbij was gecorrigeerd voor taille-heupratio, totale energie-intake, diabetes, roken en nog enkele relevante variabelen.

Tijd om de richtlijnen – waarin staat dat minder vet, en vooral minder verzadigd vet eten gezond is – te herzien, zeggen Yusuf en de zijnen. Seidell kan het er niet minder mee eens zijn. Hij is zeer kritisch over de studie: ‘Die is methodologisch extreem zwak. Neem de manier waarop de voedingspatronen onderzocht zijn: door mensen een klein vragenlijstje te laten invullen. Dat kon op twee manieren, met vragen over wat ze het afgelopen etmaal aten, of hoe vaak ze bepaalde producten gemiddeld aten. Dat is op zich al zwak, we weten dat mensen dat doorgaans niet betrouwbaar inschatten. Maar die twee verschillende lijsten gaven ook nog eens heel verschillende resultaten. En dan kijken ze ook nog eens, op basis van die vragenlijstjes, naar energiepercentages macronutriënten, wat we in Nederland allang niet meer doen, omdat we naar voedingsmiddelen moeten kijken. Er is een groot verschil tussen koolhydraten uit bonen en frisdrank.’

De uitkomsten zijn dus dubieus, maar zelfs als je daar goed naar kijkt, kan de conclusie niet zijn: eet meer verzadigd vet, want dat is goed voor je hart. Seidell: ‘Er zijn veel arme landen betrokken bij deze studie. Daar moet je rekening mee houden. De mensen die daar relatief veel verzadigde, dierlijke vetten binnenkrijgen, zijn doorgaans rijker en wonen in betere omstandigheden. De mensen die relatief weinig vet eten, leven inderdaad korter, maar niet omdat ze meer hart- en vaatziekten krijgen. Ze stierven door respiratoire aandoeningen en infecties, hetgeen met armoede samenhangt.’ Wat betreft de hogere sterfte onder degenen die veel koolhydraten binnenkregen: ‘Daarbij is helaas geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten koolhydraten, maar het gaat waarschijnlijk om de armste bevolking die voornamelijk witte rijst eet. Want uit een van de andere deelstudies van PURE was immers gebleken dat fruit-, groente- en peulvruchtenintake wel gunstig waren. Terwijl dat ook belangrijke leveranciers van koolhydraten zijn.’

Nog een laatste punt noemt Seidell: ‘Bij de mensen die veel koolhydraten binnenkregen, ging het om 60 tot 70 procent van de totale energie uit koolhydraten. Dat is extreem hoog, als je het vergelijkt met wat wij gemiddeld in het westen binnenkrijgen, dat hangt rond de 40 procent. Voor vet geldt hetzelfde: gemiddeld krijgen westerlingen meer vetten binnen dan de mensen die in deze studie de meeste vetten binnenkregen in armere landen.’ De richtlijnen zoals die nu bestaan: eet matig en gevarieerd, niet te veel geraffineerde zetmeelrijke producten en toegevoegde suikers en liever plantaardige dan dierlijke vetten: wat Seidell betreft – en hij staat daar niet alleen in – biedt de PURE-studie geen enkel aanknopingspunt om die te veranderen.

The Lancet, 2017. Doi: 10.1016/S0140-6736(17)32252-3 en 5 en 30283-8