Vitamine D verslag deel 2

De vitamine-D-productie in de huid is afhankelijk van de stand van de zon, de breedtegraad, het seizoen, de leeftijd, luchtvervuiling, huidskleur, kleding, zonnefactor en overgewicht. Er is sprake van deficiëntie bij < 50 nmol/l.
Vitamine-D-productie in de huid is een zelflimiterend proces, je kunt nooit teveel maken. Dikkere mensen hebben een lagere vitamine D-status, ze slaan het op in hun vetweefsel (ook als ze suppletie krijgen).
Risicogroepen voor tekorten:
– Borstgevoede kinderen
– Baby’s die te weinig volledige zuigelingenvoeding krijgen
– Mensen met donkere huidskleur
– Mensen die te weinig blootgesteld worden aan zonlicht (oa bedekking met kleding)
– Mensen met vetmalbsorptie, lever- of nierziekten of enzymdeficiënties
– Mensen die vitamine D-suppleren zonder vetintake (een laag lichaamsvetpercentage, zoals bij topsporters, is nooit een probleem).
Van de Europese vrouwen is 7% vitamine D deficiënt, van de niet-Europese vrouwen 50%.
Osteoporose
Osteoporose komt voor in landen waar de melkinname het hoogst is! Calcium heeft samen met vitamine D goede werking op totaal- en heupfracturen. Muskiet: “Onze behoefte aan calcium wordt overdreven, mik maar liever op gereguleerde (vitamine D-afhankelijke) opname in plaats van op passieve opname.”

Valpreventie
Naarmate de vitamine D-status beter is, is de bescherming tegen vallen beter. Dagelijkse vitamine D-suppletie heeft verreweg de voorkeur. Eventueel kan wekelijkse dosering, maar geef zeker geen hogere dosering met lagere frequentie dan wekelijks.

De melanoomparadox
Muskiet: “Vermijd de zon niet, zoals KWF adviseerde. Er gebeurt veel meer in de huid. Streef naar balans. Als je net roze begint te kleuren, is het al genoeg. Mensen die veel buiten zijn, hebben continu een hoge vitamine D-status en daardoor minder kans op melanoom (de meest schadelijke vorm van huidkanker). Juist het intermitterende is gevaarlijk. Mijn advies: heel langzaam bruin worden, zo bouw je bescherming op.”

Tot slot deelt Muskiet nog een aantal (persoonlijke) aanbevelingen/stellingen:
– Als je hoge vitamine D-status hebt, is de kans op colon- en borstcarcinoom lager.
– UVA (zonnebank) is niet goed wat betreft kankerrisico, maar juist wel goed voor de bloeddruk.
– Als er veel macrofagen zijn (zoals bij M. Crohn), let dan op toxiciteit.
– Neem geen visolie, maar eet vis.
– Kijk uit met geneesmiddelen zoals anti-epileptica, deze breken vitamine D af.
– Let op: vitamine D kan ook de halfwaardetijd van geneesmiddelen verlagen.
– De aanbevelingen van de Gezondheidsraad (GR) zijn heel conservatief. Internationaal veel verschil in aanbevolen hoeveelheden vitamine D.
– Mensen die er echt verstand van hebben, zeggen dat 75 nmol het beste is. Mik op 80, en ga niet hoger dan 200.
– Ik zie geen nut van stootdosering.
– Stelregel: 1 mg suppletie zorgt voor 1 nmol stijging.
– Dikke mensen hebben meer suppletie nodig dan dunne mensen.
– Na 2 maanden suppletie bereik je steady state, dan kun je dosering aanpassen.
– Vitamine D en K horen bij elkaar. Vitamine K is een ondergeschoven kindje, goede bepaling is nog niet mogelijk.

Worrying about vitamin D toxicity is
like dying of thirst in the dessert while worrying about drowning.

Verslag DCN Academy 4 april 2017

Verslag DCN Academy 4 april 2017
door Corien Maljaars en Majorie Former

Op 4 april jl. organiseerde de DCN Academy een scholing over MS en vitamine D. Tevens konden diverse workshops gevolgd worden. Op de informatiemarkt waren veel standhouders aanwezig. Voorzitter Willy Gilbert-Peek heette om 10 uur iedereen van harte welkom.

Multiple Sclerose door Gerald Hengstman, neuroloog Catharina ziekenhuis Eindhoven en voorzitter Raad van Bestuur Stichting MS Zorg Nederland.
Gerald Hengstman opende zijn presentatie met de video ‘MS heeft 1000 gezichten’ bekijk hier de video.
Iedereen heeft een bepaald beeld van MS. Hengstman presenteerde een aantal fabels en feiten waardoor ieder aan het denken werd gezet.
Stelling
1. MS is een spierziekte.
2. Aan MS kun je eerder doodgaan.
3. MS komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen.
4. De meeste mensen met MS komen in een rolstoel
5. 10 jaar na de diagnose heeft de helft van de mensen geen werk meer.
6. Bij meer dan de helft van de mensen met MS loopt de relatie stuk.
7. Het verloop van MS is helaas slecht te beïnvloeden.
8. MS is een erfelijke ziekte.

1. MS is een spierziekte. Fabel. Het is een ziekte van het centrale zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg). De klachten zijn afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de beschadiging ontstaat.
2. Aan MS kun je eerder doodgaan. Feit. Mensen met MS leven gemiddeld 5 jaar korter. Omdat MS vaak tussen de 20-40 jaar begint, betekent dit dus dat je wel heel lang met die ziekte leeft.
3. MS komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Feit. De verhouding is ongeveer 2:1. Er is wel verschil in de vormen:
– De vorm die pieken en dalen vertoont komt het meest voor, en meer bij vrouwen dan bij mannen.
– De vorm waarbij de gezondheid heel gestaag achteruit gaat, komt met name voor bij mensen ouder dan 50 jaar en meer bij mannen dan bij vrouwen.
4. De meeste mensen met MS komen in een rolstoel. Fabel. Ongeveer 20 jaar na de diagnose is ongeveer 30-35 % rolstoelafhankelijk.
5. 10 jaar na de diagnose heeft de helft van de mensen geen werk meer. Feit.
Heel veel mensen verliezen arbeidsparticipatie door cognitieve klachten, het duurt langer voor dingen beklijven en selectieve aandacht is moeilijker.
6. Bij meer dan de helft van de mensen met MS loopt de relatie stuk. Feit.
Dit komt deels door de cognitieve klachten (voorlichting is heel belangrijk!), deels doordat MS vaak begint op vrij jonge leeftijd waarbij de relatie nog in de opstartfase en brozer is.
7. Het verloop van MS is helaas slecht te beïnvloeden. Fabel.
MS kan steeds beter geremd worden, belangrijk is om zo vroeg mogelijk te starten. Educatie over medicatie is heel belangrijk: medicatie heeft veel bijwerkingen, maar is een investering op lange termijn.
8. MS is een erfelijke ziekte. Fabel.
Het is geen erfelijke ziekte, er zit wel een stuk erfelijke bevattelijkheid in. In Nederland is de kans om MS te krijgen 1:1000, de verwachting is dat het vaker voor gaat komen. Heb je een eerstegraadsfamilielid met MS dan is de kans 1:100. We weten eigenlijk niet wat MS precies is, er is geen specifieke oorzaak bekend. De definitie van MS is vrij vaag, misschien gaat het wel om 10 verschillende ziektebeelden.
Diagnose
10% van de gestelde diagnoses klopt niet. In 95% van de gevallen kan de diagnose gesteld worden op basis van de klachten plus MRI-scan.

Voeding
Bijna iedereen met MS heeft vragen over voeding. Voeding heeft geen effect op de ziekte zelf, wel op hoe je je voelt.

Vitamine D
Hoe dichter je bij de evenaar geboren bent, hoe kleiner de kans dat je MS krijgt. De eerste 15 jaar zijn bepalend. Onduidelijk waar dat door komt. Vitamine D (zonlicht)? Afweer? Het heeft geen effect om extra vitamine D te nemen als je al MS hebt. Mensen met MS hebben als groep een lager vitamine D-gehalte. Dit kan er mee samenhangen dat mensen met vitamine D minder buiten komen. We weten het gewoon niet. Standpunt vanuit de neurologie: vitamine D-suppletie kan geen kwaad, maar het heeft geen effect op de ontwikkeling van MS.

Zorgverleners
Als je MS hebt, krijg je te maken met veel verschillende zorgverleners. Je moet je verhaal steeds opnieuw vertellen en hebt er bijna een dagtaak aan om al die afspraken te managen (en je bent al zo vermoeid!). Het zou heel fijn zijn als al die zorgverleners met elkaar zouden samenwerken. MS Zorg Nederland is een onafhankelijke, bottom-up organisatie. Inmiddels zijn er 17 netwerken in Nederland. Vanaf dit jaar nemen ook diëtisten daaraan deel.

Fora
Op fora ontstaan vaak mythes en worden onzinverhalen verteld die onnodig angst aanjagen, ook worden gevaarlijke therapieën geadviseerd. Om dit te voorkomen is er voor MS-web voor gekozen om 1 x per 2 weken een vraag te laten beantwoorden door een deskundige.

Scholing
Op 6 en 7 oktober vindt scholing in Amersfoort plaats, bedoeld voor zorgverleners die instromen in één van de bestaande 17 regionale zorgnetwerken van MS Zorg Nederland of die mee gaan doen in één van de nieuw te vormen regionale netwerken. http://www.mszorgnederland.nl/nieuws/5e-basisscholing-6-en-7-oktober-as/

Voedingsadviezen bij multiple sclerose door Corine Helfrich en Marian Noordam
De diëtist kan een belangrijke rol spelen in de behandeling van cliënten met Multiple Sclerose (MS), omdat voeding belangrijk voor hen is, voeding kan helpen om de weerstand te verhogen en kan ontstekingsremmend werken. Bovendien wordt de relatie tussen darmflora en MS steeds duidelijker. Er kunnen voedingsgerelateerde klachten optreden en medicatie heeft vaak diverse bijwerkingen.
Vitamine D speelt wellicht een rol in het verloop en de progressie van MS, maar hoe is nog onduidelijk. Hoe verder men van de evenaar af woont, hoe hoger het risico op MS is.
Als praktische adviezen gaf Corine Helfrich de volgende tips: houd goed rekening met de mogelijkheden en beperkingen, geef bij (ernstige) vermoeidheid praktische tips, kijk naar de bijwerkingen van medicijnen, vraag altijd na of er MDL- klachten zijn, adviseer om vitamine D, B12 en foliumzuur te laten controleren en let op de temperatuur in de praktijkruimte.
Marian Noordam is betrokken bij het MS-anders project waarin zij meewerkt aan onderzoek naar voeding en MS. Het Netwerk Orthomoleculair Diëtisten heeft een richtlijn ontwikkeld voor voeding bij MS. Hierin wordt veel aandacht besteed aan de inname van groente en fruit, vers en onbewerkt eten, geen zoetstoffen, royaal visgebruik, beperking van rood vlees, gebruik van zaden en noten, en suppletie ter ondersteuning van de lever en de nieren. Ook is er aandacht voor leefstijl, stressreductie, lichaamsbeweging, warmte, roken en bioritme.
In het ‘Eet anders Experiment’ nemen MS patiënten deel aan een pilot-onderzoek en volgen zij een dieetadvies conform bovenstaande richtlijn. Voeding is bij artsen vaak een blinde vlek, terwijl patiënten met voeding invloed willen uitoefenen op hun leven en bijdragen aan de kwaliteit van leven. Uit de eerste bevindingen blijkt dat de fysieke en mentale klachten zijn afgenomen, de ervaren gezondheid en welzijn zijn verbeterd, en de vermoeidheid en energiedips zijn afgenomen. Wel kost het op een andere manier eten meer energie.
MS-anders werkt in de pilotstudie samen met Voeding Leeft, het Louis Bolkinstituut, en Innovatie Agro en Natuur. De resultaten worden bekendgemaakt op de bijscholing van MS Zorg Nederland, die in oktober wordt georganiseerd.

Het gebruik van het DCN Voedingsdagboek door Willy Gilbert- Peek, voorzitter DCN, diëtist.
Tijdens de jubileumbijeenkomst op 2 december 2016 werd de 10e uitgave feestelijk gepresenteerd. Het Voedingsdagboek is inmiddels de ambassadeur voor de diëtist geworden. Het is veel meer dan een eetdagboek, het is ook een kennisboek waarin de informatie ook visueel gepresenteerd wordt, want 1 beeld zegt meer dan 1000 woorden. Het berust op 3 pijlers: voeding-beweging-gedrag. Dit laatste onderwerp komt aan de orde als mindfulness in de vorm van Eten-in-Aandacht op de geelgekleurde pagina’s in het boek.
Willy is erg enthousiast over het Voedingsdagboek en laat aan de hand van een voorbeeld zien hoe zij het boek in haar praktijk gebruikt. Zij laat haar cliënten zelf veel doen (noteren, opzoeken) zodat de cliënt ‘thuis’ raakt in het boek en zich de materie goed eigen maakt.
Diëtist Michelle de Wit is een ‘grootverbruiker’ en is ook erg tevreden over het boek. “Mensen ervaren het als een cadeautje. Vroeger werkten we met schriften, losse infobladen en handgeschreven aantekeningen. Nu is alles netjes gebundeld en overzichtelijk. Zij krijgen het boek gratis mee.”
Ook DCN-bestuurslid Sylvia van Daalen is een enthousiast gebruiker. Zij verstrekt het boek aan vrijwel iedere cliënt, en leert hen hoe ze er een persoonlijk naslagwerk van kunnen maken waar ze later zelfstandig hun voordeel mee kunnen doen. Ze zet het ook in bij groepscursussen. “Het ontlast mijn consulten, want mensen bestuderen thuis de info en krijgen zo een breed inzicht. Ze stellen zelf ook meer vragen over onderwerpen die zonder het boek niet zo snel aan de orde zouden komen tijdens het spreekuur, maar waar ze thuis over gelezen hebben. Ook mensen uit de omgeving van de cliënt lezen vaak mee in het boek. Sommige mensen vinden het fijn om hun voeding in het boek bij te houden, anderen gebruiken liever een app”.
Vanuit de zaal komt de suggestie om wel geld voor het boek te vragen, zodat de cliënten gemotiveerder zijn om er iets mee te doen. De meningen zijn erover verdeeld. Veel diëtisten kiezen ervoor het boek gratis te verstrekken, omdat het hen ook tijd bespaart en kwaliteit verhogend werkt.

Zorgverzekeraar VGZ, beleid en visie ten aanzien van dieetpreparaten door Lotte Engel en Janneke Manders.
De aanspraak op dieetpreparaten is vastgelegd in artikel 2.8 van het Besluit Zorgverzekering en daarnaast gelden aanvullende voorwaarden. De verklaring voor dieetpreparaten dient door een arts, medisch specialist of kaakchirurg te worden ondertekend. Nu nog heeft elke zorgverzekeraar haar eigen formulier. Er wordt toegewerkt naar één gezamenlijk formulier. Bij een gecontracteerde afleveraar (apotheek of facilitair bedrijf) wordt 100% van de kosten vergoed.
VGZ hanteert een voorkeursbeleid. In acht categorieën drinkvoeding is gekeken welke producten vergelijkbaar zijn. Het product dat het minste kost is het voorkeursproduct. Dit product is voor de cliënt vrijgesteld van het eigen risico. De andere producten worden wel vergoed, maar komen ten laste van het eigen risico.
De prijsverschillen tussen de diverse merken zijn enorm. VGZ heeft onderzoek gedaan naar welke factoren van invloed zijn op de keuzes van voorschrijven en afleveren van drinkvoeding. In 2016 zijn de kosten namelijk sterk gestegen en ook het volume in drinkvoeding. Uit onderzoek blijkt dat diëtisten veel waarde hechten aan de smaakbeleving wat belangrijk is voor de therapietrouw. Huisartsen maken meestal geen onderscheid in verschillende merken. Drinkvoeding die vanuit de 2e lijn is voorgeschreven wordt in de 1e doorgebruikt.
Uit de discussie met de zaal kwam naar voren dat VGZ stelt dat de huisarts de drinkvoeding mag voorschrijven, terwijl Achmea dit door de diëtist laat doen. In de praktijk blijkt dan soms dat de drinkvoeding niet nodig is, dat het doel op een andere manier bereikt kan worden. VGZ houdt voorlopig vast aan de huisarts als voorschrijver.
Ondanks het voorkeursbeleid blijft maatwerk mogelijk. Alle drinkvoedingen worden vergoed, maar een niet-voorkeursproduct komt dus voor rekening van het eigen risico van de cliënt. Het is goed om dit naar de cliënt te communiceren. Doorgaans hebben cliënten die drinkvoeding nodig hebben het eigen risico snel vol.

Tweede deel van de verslagen van de DCN Academy van 22 september

Presentatie door Kirsten Berk, diëtist/onderzoeker Eramus MC

Verslag van Corien Maljaars en Majorie Former

 

Kirsten startte haar presentatie ‘Laag Koolhydraat dieet bij diabetes: wat klopt en wat niet?’ met een korte uitleg over The Dodoverdict uit Alice in Wonderland: ‘Everybody has won, and all must have prizes.’ Om in termen van het laagkoolhydraatdieet bij diabetes te blijven; als je jouw cliënt aandacht geeft, en je kunt het goed brengen, dan heeft je advies positief effect op je cliënt, maar dit wil niet zeggen dat de inhoud van je advies dan bewezen juist is. Kirsten lichtte ook een tactiek toe die vaak door dieetgoeroes toegepast wordt: cherrypicking.  Hierbij wordt onderzoeksliteratuur (die op zich niet slecht hoeft te zijn) selectief genoemd om het eigen standpunt te verdedigen, terwijl literatuur die dit standpunt mogelijk ontkracht of nuanceert, verzwegen wordt. Vervolgens toonde ze de onderstaande piramide, waaruit duidelijk blijkt welke studies de sterkste evidence opleveren:

Er zijn veel definities van laagkoolhydraat dieet, dit maakt het extra moeilijk om studies met elkaar te vergelijken. Kirsten lichtte in het kort de fysiologie van koolhydraatarm dieet toe en liet enkele studies de revue passeren. Hiermee illustreerde ze dat uit studies vaak tegenstrijdige conclusies getrokken kunnen worden, waardoor er voor- en tegenstanders van bepaalde theorieën zijn.

 

Zo verscheen in 2012 een studie (JAMA ‘Effects of dietary composition on energy expenditure during weight-loss maintenance’) waaruit zou blijken dat het soort macronutriënten effect op gewichtsverlies heeft, terwijl onlangs een studie verscheen (ADA ‘Obesity management for the treatment of T2D’ 2017) met als strekking: ‘Bij gelijke calorierestrictie is er geen verschil tussen diëten met verschillende macronutriëntencompositie’. Ze besprak ook de PURE studie die onlangs in het nieuws was en veel stof deed opwaaien. Ze legde uit dat er veel kritiek op deze studie is in verband met de zwakke methodologie. Ze besprak ook in het kort andere studies, zoals de bekende Nurses Health Study, de Omnicarb trial, de DIRECT trial en de Diogenes trial (‘het beste dieet ter wereld’).

Tenslotte besteedde ze als tegenwicht van de laagkoolhydraatdiëten aandacht aan de PREDIMED trial en het Mediterraan dieet, dat ook in de NDF Voedingsrichtlijn Diabetes 2015 aanbevolen wordt.

Samenvatting van de presentatie

  • Calorische restrictie lijkt belangrijker dan macro- nutriëntensamenstelling (ook voor effect op insulineresistentie).
  • Geen maaltijden overslaan (onderzoek geeft aan dat 6 maaltijden per dag resulteert in lagere insulinerespons)
  • Koolhydraten uit fruit, peulvruchten, zuivel en volkorenproducten gunstig en uit suikerrijke producten (dranken) ongunstig voor gewicht en diabetes.
  • Effect koolhydraatbeperkt dieet op HVZ en mortaliteit afhankelijk van kwaliteit van koolhydraat- en eiwitbronnen!!
  • Laag koolhydraat dieet beter voor lipiden, mediterraan dieet beter voor glykemische regulatie.
  • Koolhydraatbronnen met lagere glykemische index en een hogere eiwitintake lijken gunstiger (ook op gewichtsbehoud).
  • Geen RCT’s op harde eindpunten!
  • Wel voor het mediterraan dieet…

Kirsten promoveerde  op 29 november. De titel van haar proefschrift: Weight loss and Weight Loss Maintenance in Type 2 Diabetes.

Verslag DCN Academy 22 september 2017 in Veenendaal

door Corien Maljaars en Majorie Former
Op 22 september j.l. organiseerde de DCN Academy de scholing Stress, een belangrijke factor bij Obesitas en Diabetes.
Topspreker Professor Liesbeth van Rossum, internist Erasmus MC, winnaar wetenschapsquiz 2015 en best gewaardeerde spreker van het Langerhans congres in 2016, ging in op de invloed van stresshormonen, zoals cortisol en adrenaline op obesitas en diabetes. Kirsten Berk, diëtist/onderzoeker, gespecialiseerd in Diabetes en verbonden aan de afdeling interne geneeskunde van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, promoveert 29 november a.s. Op verzoek van DCN ging zij in op de wetenschappelijke achtergronden van het koolhydraatbeperkte dieet. Wat is er bekend vanuit de wetenschap over de hoeveelheid koolhydraten die gebruikt zouden moeten worden, wat is het effect op insulineresistentie, inflammatie, bloedglucosewaarden, lipiden, harde eindpunten?
Een gedeelte van het programma was ingedeeld voor workshops of presentaties, waarin bedrijven uitleg konden geven over hun producten. Op de informatiemarkt waren veel standhouders aanwezig.

Hieronder het eerste deel van de verslagen van deze dag
Professor dr. Liesbeth van Rossum, internist Erasmus MC.
Zij ging in op diverse oorzaken van overgewicht, en liet het publiek op een andere manier kijken naar hoe het lichaam met voeding omgaat.

Genetisch defect
Een genetisch defect, bijvoorbeeld MC4-receptor-defect, komt voor bij 4% van de obese kinderen. Deze kinderen zijn nooit verzadigd. Als bekend is dat het om een genetisch defect gaat, is er meer begrip vanuit de omgeving. Sinds 3 jaar wordt in het Erasmus deze diagnose vastgesteld. Voor genetische afwijkingen bestaat nog geen medicatie.

Crashdieet
Natuurlijk val je af als je een tijdje stevig lijnt. Maar het lichaam zet zich na een paar weken in de spaarstand (ruststofwisseling daalt, hongerhormoon stijgt en verzadiging neemt af), slaat eten sneller op als vet. Het gewicht dat verloren is komt vaak weer terug tot boven het punt waarop iemand begon te lijnen. Volgt iemand een ander dieet dan begint alles opnieuw.

[redactie: in het middagprogramma vermeldde Kirsten Berk dat bij mensen met diabetes type 2 een crashdieet wel gunstig kan werken, omdat de voordelen dan opwegen tegen de nadelen.]

Slaaptekort
Een van de oorzaken van obesitas is slaaptekort. 7 tot 9 uur slaap per nacht is normaal. Korter slapen en nachtdiensten hebben negatieve invloed op het bioritme en op de hongerhormonen. Overigens is te lang slapen ook niet goed. Vraag bij mensen met overgewicht na of ze slaapstoornissen hebben en/of snurken (apneu).

Medicijnen
Van veel medicijnen is bekend dat ze gewichtstoename als bijwerking hebben, zoals antidepressiva, anti-epileptica en antipsychotica. Deze middelen wekken de eetlust op. Maar ook betablokkers, protonremmers, prednison en insuline zijn middelen die het afvallen kunnen bemoeilijken. Mensen met diabetes en een te hoog cholesterolgehalte kunnen moeilijker afvallen als zij deze medicijnen gebruiken. Dan is het een afweging om te stoppen met deze medicijnen zodat gewichtsverlies beter haalbaar wordt. Het zou goed zijn als de diëtist tijdig wordt ingeschakeld als patiënten deze middelen voorgeschreven krijgen.

Bruinvet
Bruinvet is aantoonbaar met een CT-scan. Het zet energie uit de voeding om in warmte en is dus ‘goed vet’. Obese mensen hebben weinig bruinvet. Beweging en koude activeren bruin vet. Uit onderzoek blijkt dat mensen die 6 weken gedurende 2 uur in een ruimte van 17 graden Celsius verbleven significant afnamen in vetmassa, meer bruinvet kregen en geen verlies van spiermassa hadden. Ook het drinken van (4-5 koppen) koffie, groene thee, roken en alcohol stimuleren bruinvet. In rode peper zit de stof capsaïcine, die ook een positief effect heeft.

Stress
Stress is sterk gerelateerd aan overgewicht. De bijnieren produceren adrenaline en cortisol. 45% van de Nederlandse bevolking is hypergevoelig voor cortisol waardoor zij eerder buikvet opslaan. Zij hebben daardoor een hoger risico op diabetes en hypercholesterolemie.
Ook door het gebruik van crèmes met corticosteroïden en inhalatiesteroïden kun je aankomen. Recent ontdekte van Rossum met haar vakgroep dat liefst 10 procent van de Nederlanders deze middelen weleens gebruikt. Ze zitten namelijk overal in: van de pufjes die astmapatiënten dagelijks gebruiken tot huid-crèmes tegen eczeem en neussprays. Algemeen wordt gedacht dat deze medicijnen alleen lokaal werkzaam zijn. Maar volgens Van Rossum komt een deel van de medicijnen net zo goed in het maag-darmkanaal of in de bloedbaan.
Veel kinderen gebruiken inhalatoren vanwege astma. Wees hier alert op! Bij astma is afvallen soms gunstiger dan inhalatorgebruik!

Samenvatting
Voor professionals is het bij de begeleiding van mensen met overgewicht dus belangrijk om verder te kijken dan alleen de energie-intake en het calorieverbruik. Luister goed naar je patiënt en vraag door.
Meer informatie vind je op: www.erasmusmc.nl/centrumgezondgewicht

Binnenkort verschijnt een artikel in The Lancet over de diverse factoren die van invloed zijn op obesitas en die meegenomen moeten worden in een goede diagnostiek.
Op 8 maart 2018 vindt het Nationale Obesitas Symposium plaats in Rotterdam. Zet deze datum alvast in je agenda. Meer informatie: www.obesitassymposium.nl.
Op 29 september hield Liesbeth van Rossum haar oratio met de titel ‘Dik ben je niet voor de lol’
https://www.erasmusmc.nl/centrumgezondgewicht/nieuws/2017/2017-10/6426890/

Verslag ‘Kwetsbare ouderen’

door Corien Maljaars en Majorie Former

Voeding en beweging, een goede combinatie voor de spiermassa van ouderen

Door Dr. Michael Tieland-WUR

Exercise is King, Nutrition is Queen

Put them together and you have a Kingdom

(Jack Lalanne)

Sarcopenie

Er komen steeds meer ouderen, en ook steeds meer fragiele ouderen. Gedurende het ouder worden is er verlies van spiermassa en spierkracht (sarcopenie). De top van de spiermassa bereiken we rond de leeftijd van  ± 35 jaar, daarna neemt de spiermassa af. Vanaf 65 jaar gaat deze afname snel. Door ziekte en ziekenhuisopname kan dit met kilo’s per week gaan. De weegschaal is geen optimaal instrument om het verlies aan spiermassa weer te geven, impedantiemeting is beter. De spierkracht gaat veel sneller achteruit dan de spiermassa. Op 90-jarige leeftijd is deze gemiddeld nog maar 25%! Belangrijke oorzaken van sarcopenie zijn inactiviteit en inadequate voeding. De aanpak bestaat uit meer beweging (met name krachttraining) en verbetering van voedingsinname (eiwit). Ook de medicijnmarkt op dit gebied neemt heel snel toe (o.a. anabole steroïden en kreatine).

Niet alleen beweegnorm maar ook krachtnorm

Beweegnorm ouderen (55+): Een half uur matig intensief bewegen op minimaal 5, maar liefst 7 dagen per week

Krachtnorm ouderen: minimaal twee keer per week krachtoefeningen.

Er is sterk wetenschappelijk bewijs voor krachttraining:

. stimuleert eiwitsynthese

. verhoogt spiermassa en kracht

. verbetert fysiek functioneren

Rol van eiwit

Hoeveelheid eiwit

Het lijkt er op dat 0,8 gram eiwit/kg actueel lichaamsgewicht niet voldoende is (epidemiologische studie). Thuiswonende ouderen gebruiken gemiddeld 1 gram eiwit/kg, ouderen in verpleeghuizen gemiddeld 0,8 gram (maar 35% van hen gebruikt minder dan 0,7 gram/kg!) en bij de ziekenhuispopulatie ligt de inname nog lager. Hoe meer eiwit, hoe beter dit is voor de eiwitsynthese. Het is nog niet bekend waar het optimum ligt. Er zijn experts die zeggen dat je per hoofdmaaltijd minimaal 35 gram eiwit nodig hebt voor eiwitsynthese.

Conclusie

Door krachttraining zonder aanpassing van de voeding krijg je geen positieve balans. Voeding is noodzakelijk om de spiereiwitbalans positief te krijgen. Het omgekeerde geldt ook.

 Verlies aan eetlust en verlies aan levenslust

Marion Hoogkamer, diëtist en psycholoog (studie haptotherapie bijna afgerond).

Marion heeft zich gespecialiseerd in eet- en gewichtsproblemen. Als (bijna) afgestudeerd haptotherapeut is zij ervan overtuigd dat het belangrijk is mensen meer met hun gevoel in contact te laten komen waardoor honger- en verzadigingsgevoelens beter worden ervaren. Mensen kunnen soms vluchten voor hun negatieve gevoelens, waardoor ze het contact met hun lichaam kwijt raken en daardoor moeite hebben om honger en verzadiging te voelen. Door oefeningen vanuit de haptotherapie kan Marion mensen in contact brengen met deze gevoelens.

Marion bespreekt een casus van een terminale oudere mevrouw met slechte eetlust, die nu bij haar dochter in huis woont. Tijdens huisbezoek signaleert Marion dat de moeder de situatie accepteert en er vrede mee heeft om te sterven, terwijl de dochter heel onrustig is, van alles wil regelen en haar moeder niet wil laten gaan. Terwijl moeder in slaap valt, laat Marion de dochter haar verhaal vertellen. Als de moeder weer wakker is, drinkt zij wél van de drinkvoeding. Samenvattend: levenslust en eetlust gaan samen, eetlust ontstaat nooit onder dwang.

Vervolgens gaat Marion in op haar ervaring met verslaafden. Zij stelt dat verslaving eenzaamheid ten top is. Je herkent verslaving vaak aan snel en dwingend praten en het rationaliseren van ieder gevoel (= overlevingsmechanisme). Spanning slaat zich met name op in bekkenbodem, kaken en handen. Marion licht met haar kennis van en ervaring met haptotherapie toe, hoe je als diëtist hier een bijdrage kunt leveren.

Dr. Eva Leistra is gepromoveerd op de aanpak van ondervoeding in de (poli)klinische setting. Zij is projectleider/onderzoeker bij het Lectoraat Gewichtsmanagement van de Hogeschool van Amsterdam.

Zij vertelt dat 95% van de ouderen (65+) zelfstandig thuis woont. De absolute aantallen ondervoede ouderen in de eerste lijn liggen hoger dan in het ziekenhuis/verpleeghuis. De prevalentie is heel divers, hetgeen te maken heeft met de populatie, het moment van meten en de definitie van ondervoeding. In de nieuwe ESPEN definitie worden naast de BMI, gewicht en gewichtsverlies, ook de vetvrije massa meegenomen.

Eva is projectleider van het DIEET-project (Diëtetiek Effectiviteit en Toekomstbestendig). De doelstellingen zijn het meetbaar en beheersbaar maken van de effectiviteit in de eerstelijns diëtistenpraktijk. Onderzoekers bezoeken eerstelijns diëtisten en zijn aanwezig op het eerste consult van cliënten. Inmiddels zijn 600 diëtisten geïncludeerd.

Mogelijke succesfactoren waarop geobserveerd wordt, zijn:

  • Praktijk, locatie, consultruimte
  • Voorbereiding consult
  • Inhoud consult
  • Behandeldoelen en adviezen
  • Antropometrie
  • Afronding
  • Communicatie, gesprekstechnieken
  • Structuur, tijdsbewaking

Eva geeft aan dat het registreren van gegevens een belangrijk punt is. Zonder registratie kun je niet aantoonbaar effectief werken. Goede diagnostiek kan niet zonder aanvullende metingen en het stellen van SMART-doelen.

Dr. ir. Hinke Kruizenga (VUmc) presenteerde de eerste uitkomsten van de NPOZ, Nederlandse Prevalentiemeting  Ondervoeding in Ziekenhuizen 2014. Hierin zijn 9 ziekenhuizen en in totaal 2288 patiënten meegenomen.

Het NOPZ concludeert: in de Nederlandse ziekenhuizen heeft 14 tot 15% van de patiënten op een eerste opnamedag de screeningsuitslag “ondervoed”. Dit varieert medisch specialisme  van 2 tot 38%. Bij patiënten van de specialismen geriatrie (38%), oncologie (33%), gastro-enterologie (27%) en interne geneeskunde (27%) is de prevalentie van de screeningsuitslag “ondervoed” het hoogst. De patiënten met de screeningsuitslag “ondervoed” liggen 1,4 dag langer in het ziekenhuis.

Afhankelijk van de definitie van ondervoeding is 5-6 % ondervoed en slechts één op de zes wordt behandeld door een diëtist. Voor het herkennen van ondervoeding is screening heel belangrijk. Dat kan met de SNAQ of de MUST. Voor de diagnostiek is het belangrijk om te weten om welke vorm van ondervoeding het gaat en welke interventie gestart kan worden.

Vanuit de Stuurgroep Ondervoeding is een overdrachtsformulier transmurale zorg ontwikkeld. Patiënten liggen gemiddeld 4-5 dagen in het ziekenhuis en daarna zou de diëtist in de eerste lijn de zorg over moeten nemen, maar in de praktijk gebeurt dat nog te weinig. Daar ligt een uitdaging voor de diëtist in de eerste lijn.

In het ziekenhuis kan de screening en de diagnostiek op ondervoeding plaatsvinden en in de eerste lijn vindt de behandeling plaats. Daarvoor is een goede transmurale overdracht en samenwerking noodzakelijk. Op de website van de Stuurgroep staan voorbeelden van transmurale zorg (TOAD in Amsterdam, TODU in Utrecht). Het transmurale overdrachtsformulier is vanaf september beschikbaar in Evry.