Verslag Jubileumdag 25 jaar bestaan DCN, 2 december 2016

Door Corien Maljaars en Majorie Former

Het feestelijke en smaakvolle jubileumcongres ter ere van het 25-jarig bestaan van DCN was een daverend succes. Vanaf 9.15 uur stroomden de bezoekers de congreshal binnen, die versierd was in de huiskleur van de DCN. Gewapend met een goodiebag (een goedgevulde DCN-shopper) werden de eerste bezoeken aan de talrijke stands op de informatiemarkt afgelegd.

Feestelijke opening met een wetenschappelijk en hilarisch tintje

Voorzitter Willy Gilbert-Peek heette alle DCN-leden, POH’ers, standhouders, wetenschappers en inleiders van harte welkom. Professor Frans Kok ging in op de veranderingen die de afgelopen 25 jaar hebben plaatsgevonden. Voeding is voor steeds meer mensen een religie geworden, een lifestyle. Veel mensen willen iets bijzonders, en wensen meer dan een ‘reguliere’ diëtist of het ‘gewone’ Voedingscentrum. Volgens Kok is er ruimte voor de ‘complementaire’ diëtist, mits die zich op wetenschappelijke feiten en niet alleen op meningen baseert. De professor moest het podium vervolgens delen met het Rotterdamse cabaretduo Betty en Tonnie (Duo Beton). Hyperactief en met veel pit en humor vertelden en zongen ze over hun dieetervaringen en het Paleodieet. Tot slot toverden ze het 10e DCN Voedingsdagboek uit hun goodiebag en reikten het eerste exemplaar uit aan Frans Kok.

Keuzeworkshops

Iedere deelnemer kon 3 van de 9 keuzeworkshops bezoeken:

José Veen, diëtist Voedingsproblemen bij autisme
Anita Vreugdenhil, kinderarts Kinderen motiveren meer te bewegen
Lia van der Geest, diëtist Wat kan orthomoleculaire voeding voor een patiënt doen?
Karin Kemp, Sorgente Doelmatige zorg: Geschiedenis, heden en toekomst. ‘Bepaalt u of de zorgverzekeraar?’
Vitaflo ProCal shot, de ideale shot voor extra energie
Fijnproevers Hartige, energie- & eiwitverrijkte eetmomenten voor mensen met kauw-& slikproblemen
Dr. ir. Astrid Postma-Smeets Voedingscentrum Adviseren over zuivel; welke factoren laat je meewegen en waarom?
Marloes Collins Powersessie ‘Hoe maak je je beroep sexy?’
Carezzo Er hoeft niet meer gegeten te worden om toch meer eiwit binnen te krijgen

Smaaksturing

Na de workshops kwamen de aanwezigen weer in de grote zaal bij elkaar waar Niels Bron, 1e kok bij RIVAS zorggroep Gorinchem, een vurig pleidooi hield voor smaaksturing. ‘Kok is een uitstervend beroep,’ vertelde hij, ‘maaltijden moeten niet alleen gezond, maar vooral ook lekker zijn’. Bron is lid van de nog jonge organisatie New Chefs in Healthcare, samen met 7 Belgische en 3 andere Nederlandse chefkoks. De zorg heeft volgens hem de laatste jaren (te)veel aandacht besteed aan ‘ambiance’: een mooi servet, een mooie eetzaal. Het belangrijkste ligt volgens Bron echter op het bord! De New Chefs in Healthcare proberen hun kennis en de wetenschap samen te brengen, ze promoten de smaakvolle zorgmaaltijd, die gezond en veilig en aangepast aan de zorgbehoefte is. ‘Als iets niet lekker is, dan heeft de rest ook geen zin.’ Bron pleit voor een culinaire klinische benadering. Volgens de chef zou drinkvoeding pas aan de orde moeten komen nadat culinaire aanpassingen (zoals bijvoorbeeld het toevoegen van boter) niet meer toereikend zijn.

Geur bepaalt 80% van de smaak. Vooral na het 70e levensjaar treedt er geurverlies op. Smaakverandering door ziekte of leeftijd kan opgevangen worden door gebruik te maken van smaaksturing. Temperatuur, (kook)Tijd, Technieken, Aromatisatie, Variatie en Concentratie (T3AVC) zijn de belangrijkste factoren in de smaaksturing. Als kok kun je hiermee het verschil maken: als je bijvoorbeeld broccoli wokt, smaakt dat heel anders dan wanneer je het kookt. Op basis van een aantal eenvoudige testen kan het persoonlijke smaakpatroon bepaald worden. Bij 2 mensen met dezelfde vorm van kanker kan de smaakafwijking compleet verschillend zijn. Met de resultaten van de testen kunnen uit een database met recepten die maaltijden geselecteerd worden die passen bij het persoonlijke smaakpatroon en de individuele behoefte.

Lunch met feestelijke proefparade

Tijdens de walking lunch was er ruim tijd om te genieten van de heerlijke gerechten, te netwerken, bij te praten en de puntenkaart in te vullen, waarmee 3 studiepunten verdiend konden worden.

Veroudering van de mens

Prof. Lisbeth Mathus, MDL arts, Em. Hoogleraar Klinische Voeding, Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam, is inmiddels een vaste en graag geziene gast van de DCN Academy. In sneltreinvaart nam zij de aanwezigen mee door het maagdarmstelsel (van canus tot anus, of populair gezegd: van mond tot kont) en besprak de veranderingen en de consequenties voor de voeding van de oudere. Volgens Mathus vraagt met name het eerste en het laatste deel van het maagdarmstelsel de aandacht van de diëtist: dysfagie en reflux respectievelijk obstipatie en incontinentie.  Voor de jubilerende DCN- diëtisten had zij een persoonlijke boodschap: al vanaf het 25e jaar begint de veroudering!

Veroudering wordt wel omschreven als het geheel van fysiologische processen dat leidt tot veranderingen in de structuur en functie van organen en orgaansystemen, resulterend in een geleidelijke afneming van de reservecapaciteit en een toenemende gevoeligheid voor ziekten en overlijden. Als zodanig is het geen ‘aftakeling’ maar een zinvolle fysiologische aanpassing op specifieke eisen van het organisme in diverse levensfasen. Wat het maagdarmstelsel betreft, blijkt dat tot op hoge leeftijd het adaptatievermogen en de reservecapaciteit behouden blijven en pas boven de tachtig jaar degeneratieve veranderingen optreden. Achteruitgaande functies op eerdere tijdstippen blijken te berusten op ziekten en vandaar dus het belang van zo gezond mogelijk oud te worden.

Natriumbeperking door de jaren heen

Prof. Marianne Geleijnse van de Wageningen Universiteit gaf een overzicht van natriumbeperking door de jaren heen. Met het ouder worden stijgt de bloeddruk (gemiddeld van 110 naar 150 mmHg) en dat is geen goede ontwikkeling. Hypertensie is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Een daling met 0,3 mmHg scheelt 5% in sterftecijfers. De winst bij de individuele patiënt is nog groter. Zoutverlaging in de voeding met 2-3 gram leidt tot 1,5-1,9 mmHg afname en dat scheelt 6000 nieuwe gevallen van hart- en vaatziekten. Het huidige advies in de Richtlijnen Goede voeding is het streven naar een inname van maximaal 6 gram zout per dag, maar Marianne ziet liever een daling naar 5 gram. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat de gemiddelde inname nog steeds 9 gram per dag is. De belangrijkste oorzaak is fastfood. De industrie werkt samen in een akkoord over verbetering van producten, maar de daling van 12% reductie van zout in producten is nog niet bereikt (www.akkoordverbeteringproductsamenstelling.nl).

Vitamine D

Prof. Wim Buurman, Em. hoogleraar Universiteit Maastricht, besprak de uitkomsten van onderzoek dat eerder tijdens een DCN-bijeenkomst was gedaan onder diëtisten. De diëtisten scoren goed in vitamine D-gehalten in het bloed. Slechts 5% scoort te laag. Ten opzichte van andere professionals doen diëtisten het goed. De norm van de Gezondheidsraad is 50 nmol/l gebaseerd op de botgezondheid. Andere functies van vitamine D zijn nog onvoldoende wetenschappelijk bewezen. Bloedwaarden tussen 150-200 nmol/l zijn niet schadelijk. Het verschil in bloedwaarden tussen zomer en winter is een factor 1,7. Dus 80 nmol/l in de zomer is ongeveer 50 nmol/l in de winter. Het is goed om van tijd tot tijd vitamine D te meten om aan te tonen dat suppleren effectief is.

Vetzuurmetabolisme en kokosvet

Prof. Ingeborg Brouwer, hoogleraar Vrije Universiteit Amsterdam, is gespecialiseerd in vetzuren. Zij gaf aan dat voedingsonderzoek complex is, omdat eetpatronen in de tijd veranderen en geen placebo-onderzoek mogelijk is. Effecten van vetten kunnen alleen gemeten worden als de energie-inname gelijk blijft. Dat betekent dat vetten vervangen moeten worden door andere energieleveranciers, bijvoorbeeld eiwit en koolhydraten. Als dat niet gebeurt, kunnen de resultaten veroorzaakt worden door gewichtsverlies. Het maakt veel uit waardoor je vetzuren vervangt. Vervanging van verzadigd vet door MOV verlaagt het risico op hart- en vaatziekten. Vervanging door koolhydraten verhoogt datzelfde risico. Complexe koolhydraten geven wel een beter effect dan enkel- en tweevoudige koolhydraten.

Brouwer liet zien dat kokosvet niet de positieve aandacht verdient die dit product in de media krijgt. Kokosvet bestaat voor 85% uit verzadigd vet, waarvan 49% laurinezuur (C12). C14 en C16 zijn ook in kokosvet aanwezig en verhogen het totaal cholesterol. Zij concludeert dat er te weinig onderzoek met kokosvet is gedaan. (De studies die zijn gedaan zijn met C8 en C10 gedaan en niet met C12), het LDL stijgt minder, maar onverzadigde vetten zijn beter. Zij raadt het regelmatig gebruik van kokosvet af.

Vragen aan panel (sprekers/deskundigen)

In een notendop enkele highlights:

  • Vitamine D-intoxicatie zie je in Nederland eigenlijk nooit, je ziet het wel in landen (zoals België en Spanje) waar doseringen gebruikt worden die eenmaal per maand toegediend moeten worden, en die dan per abuis dagelijks gebruikt worden.
  • De Helicobacter-pylori bacterie komt bij jongere mensen nauwelijks meer voor, doordat er minder infecties voorkomen dan vroeger (grote gezinnen/ slechtere hygiënische omstandigheden/ geen koelkasten).
  • De ene persoon is zoutgevoeliger dan de andere. Ook etniciteit speelt hierbij een rol, negroïde mensen zijn vaak gevoeliger. Het is ook mogelijk dat iemand de ene keer niet reageert op zout, en op een ander tijdstip wel. Als je eenmaal een hoge bloeddruk hebt, dan reageer je wel eerder op zout. Er zijn geen aanwijzingen dat je ook te weinig zout binnen kunt krijgen.
  • Lisbeth Mathus heeft wat betreft bariatrische chirurgie 2 zorgen voor de toekomst:
  • Mensen moeten vitaminesupplementen zelf betalen, op de langere termijn zullen zij het waarschijnlijk niet meer gebruiken.
  • Geen enkele chirurg doet voor de operatie een botdichtheidsmeting (DEXA). Wat gebeurt er in de loop van de tijd met botten?
  • Ingeborg Brouwer maakt zich zorgen om mensen die koolhydraatarm eten. Wat gebeurt er op de lange termijn door het gebruik van een vetrijke voeding en minder graanvezels? Er zijn geen lange termijnstudies naar het effect van koolhydraatarme voeding bekend. Stimulering van ruim gebruik van groente en fruit in verband met vezels is in ieder geval wenselijk.

Afsluiting

Voorzitter Willy Gilbert sloot het scholingsgedeelte af. Zij bedankte iedereen voor zijn of haar bijdrage en keek vol trots terug op een geslaagd evenement.

Na een aangeklede borrel genoten (aspirant)leden en genodigden van een heerlijk buffet. Tussendoor werden veel herinneringen opgehaald en (oud)bestuursleden in het zonnetje gezet.

En nog wat foto’s